Ik haat hem meer dan mezelf. Ik vind hem lager ontwikkeld dan mezelf. Ik vind hem kortzichtiger dan mezelf. Ik vind hem narcistischer dan mezelf. Ik heb het over Thierry Baudet – Thierry Henri Philippe Baudet –, voor wie ik meer minachting heb dan voor Rowan Rodrik van der Molen.

Al sinds mijn adolescentie walg ik van hoe weinig intellectueel ontwikkeld ik ben. Vanaf het eind van de lagere school, liet ik me liever overspoelen door makkelijke mediaprikkels dan dat ik me ging toewijden aan het verdiepen en verruimen van mijn intellectuele kennis en begrip. Zo zakte ik af van een gymnasiumadvies, totdat ik op de MAVO eindigde … zonder een middelbare-schooldiploma.

Thierry heeft wel een middelbare-schooldiploma – van het gymnasium bovendien. Daar is hij behoorlijk trots op – apentrots. Zo trots is hij bijvoorbeeld op zijn klassieke talentraining dat hij zijn maiden speech in de Tweede Kamer in het Latijns deed. Dat doe ik hem niet na. Sterker nog: dat zou ik hem óók niet na doen als ik wél enige kennis had van klassieke talen. Omdat hij zichzelf er nogal mee voor aap zette.

Het woord “aap” koos ik beide keren zorgvuldig hierboven, omdat Thierry één van die mensen lijkt die, geïdentificeerd met de “Joods-Christelijke cultuur” zoals hij zegt te zijn, hij me bij uitsteek een lid van het genus Homo lijkt die het niet op prijs zal stellen om met zijn neus in dit taxonomische gegeven gewreven te worden.

Er zijn mensen die het niet sjiek vinden om te haten. Nou ja, die mensen haat ik ook. Niet zo erg als dat ik Thierry haat, maar ze verdienen toch een soort troostprijs – op zijn minst een terloopse middelvinger.

Wáárom ik Thierry zo haat is nog niet meteen evidentelijk. Één van de redenen – doch zeker niet de belangrijkste reden – is dat hij en zijn partij me een tijdje voor de gek hebben weten te houden. En daarmee hebben ze míj́ voor aap gezet – ik met mijn FvD-lidmaatschap; schaamtelijk!

De schaamte van mijn kortstondige FvD-lidmaatschap verbleekt echter bij de schaamte die ik heb voor Thierry zijn succes. Hij heeft, ondanks zijn matige intelligentie, niettegenstaande zijn totale gebrek aan zelfinzicht, het voor elkaar gekregen om zichzelf in de publieke arena te lanceren, een handjevol boeken te publiceren en een politieke partij te leiden. Zijn fascisten-partijtje heeft het in 2021 zelfs tot 8 Tweede-Kamerzetels weten te schoppen! Dat doe ik meneertje helaas niet na.

En dat is dus mijn schaamte: dat ík me níét geprovileerd heb. Dat ík wél oplossingen heb (anders dan regenten en immmigranten de schuld geven), maar deze nooit wereldkundig heb weten te maken. Want ik was te druk met mijn kutbaan. Want ik was te druk met scrollen. Want ik was te druk met YouTube – zoveel passieve YouTube-consumptie dat ik notabene een tattouage op mijn pols heb laten zetten om me eraan te herinneren dat ik content moet próduceren, niet cónsumeren. Ik weet immers al lang wat ik wil zeggen!

Ik schaam me dat ik weet wat ik wil zeggen. Ik weet wat ik moet zeggen. Maar ik zei het nog niet. En intussen roeptoeteren de visie-lozen hun domme kortzichtigheid van de daken.

Moet ik er inhoudelijk op ingaan, het soort bagger dat het Forum voor Democratie onder de onbezielde leiding van Baudet uitspuit?

Allicht.

Iets sjiekere vreemdelingenhaat

Mijn eigen motivate om lid te worden van het Forum voor Democratie omschreef ik destijds als: “Het is jammer dat ze ecologisch bewusteloos zijn, maar ze benoemen in ieder geval de problemen met immigratie en nationale en Europese identiteit.” Welke problemen dat zijn vond ik moeilijk te specificeren, maar ik wist wel dat ik Geert Wilders zijn specificatie té xenofoob vond. Ik zag FvD als een wat genuanceerde versie van het stukje waarheid dat begraven lag onder Wilders’ racisme.

Ik weet het, Geert. Islamieten zijn geen ras. Maakt me geen flikker uit. Dit artikel gaat niet over jou. Jouw beurt komt misschien ook nog wel, rare nep-blonde sukkel.

Was ik zelf xenofoob toen ik lid werd van Forum voor Democratie? Nee, niet heel erg. Maar ik zag wel wat problemen met de matige integratie van veel vooral Marrokaanse moslims in Nederland. En ja, ik liet me teveel beïnvloeden door de puberale klootzakjes van GeenStijl en de nog sneuere figuren in hun reaguurpanelen.

Het gewauwel over identiteit sprak me ook aan. Zijn – Thierrys – proefschrif vond ik ook best overtuigend, ondanks dat ik na lezing nog steeds meer in een Europese identiteit geloofde dan in een nationale identiteit. Het helpt bepaald niet dat ik me als Noordeling uberhaupt nooit erg cultureel verbonden heb gevoeld met de streberige pak-dragertjes uit de randstand. Al dat geduw en getrek aldaar; ik vond het in stad Groningen al erg genoeg. De Randstad voelde voor mij als butenland.

Wat me aansprak in het gewauwel was, denk ik, eerlijk gezegd … het wauwelige ervan. Dat is wederom een functie van het niet voldoende zelf schrijven en dus niet mijn gedachtes verscherpen. Ik val dan prijs aan mijn eigen gewauwel – mijn eigen smoesjes en obfuscaties –, maar – veel erger! –, het gebrek aan intellectuele oefeningen [zoals deze] tast mijn intellectuele immuunsysteem aan, waardoor ik het gewauwel van anderen te serieus neem, te meer wanneer ze dit met veel zelfvertrouwen en bombastie brengen.

Kortom: mijn eigen intellectuele luiheid maakt me ondergevoelig voor de intellectuele luiheid van anderen. En er zijn maar weinig personen in de Nederlandse politieke arena zo lui als meneertje Baudet.

Mijn narcisme is minder narcistisch dan zijn narcisme!

Om mijn ego een klein beetje te redden moet ik wel vermelden dat, toen ik lid werd van het Forum voor Democratie, ik dit al deed óndanks Thierry Baudet en niet dánkzij Thierry Baudet. Maar die kwal van een Theo Hiddema kon ik, wederom door mijn eigen gebrek aan algemene kennis en eruditie, bijvoorbeeld niet doorheen prikken … totdat ik hem tijdens een bijeenkomst falikantie onzin hoorde verkondigen over een onderwerp waar ik wél wat van af wist: stikstof.

Ik vind niet dat je een psycholoog hoeft te zijn om publieke figuren te diagnosticeren met het label Narcistische Persoonlijkheidsstoornis (NPS). En nog minder vind ik dat psychologen dit niet zouden mogen doen. Er is van dit soort figuren immmers vaak meer materiaal voorhanden dan een psycholoog in de loop van vele jaren aan wekelijke consults kan opbouwen.

Zelf ben ik op het gebied van narcisme een beetje een ervaringsdeskundige: ik lijd aan wat Alan Robarge een “narcistische wond” noemt. Mijn persoonlijkheidsstijl is narcistisch, omdat het centrale thema waarmee ik worstel eigenwaarde is. Ik vecht in mijn eigen hoofd voor het recht om te bestaan. En dit is een bewuste strijd. Iemand, zoals Baudet (of Hiddema), die aan de persoonlijkheidsstoornis leidt heeft een gelijksoortige grondmotivatie, maar is in de basis nóg veel kapotter waardoor alles wat hen kan doen twijfelen aan hun eigenwaarde té bedreigend is en volledig buiten bewustzijn gehouden moet worden.

En, gek genoeg, appeleert dit aan andere narcisten (of mensen met een narcistische persoonlijkheidsstijl), vooral als dit verborgen/onzekere narcisten zijn.

Narcisten houden van simplistische oplossingen, of, soms nog beter, het probleem in zijn algeheelheid ontkennen. En laat dit nu net zijn waar zoveel van de kindse éénentwintigste-eeuwenlingen wanhopig naar op zoek zijn: zand waar ze lekker hun kop in kunnen steken! (Struisvogels doen dit trouwens níét om die reden. Zoals de meeste diere, zijn struisvogels veel minder handig in hun fysieke werkelijkheid ontkennen dan Homo sapiens.)

Narcime wordt vaak gezien als een soort “slechte-mensenstoornis” en beschreven aan de hand van “positieve symptomen” – dat wil zeggen: gedrag dat specifiek door narcisten wordt vertoont: grandiositeit, egocentrisme, etc. Maar in de basis is het een ontwikkelingsstoornis waardoor de lijder emotioneel blijft functioneren op het niveau van een peuter. Narcisme is een absentie van eigengevoel en eigenwaarde, ook al presenteert het zich als lijkende op een overdréven gevoel van eigenwaardigheid.

Ik haat Baudet niet vanwege zijn narcisme. Ik haat hem vanwege míj́n narcisme.

Het is míjn narcistische wond die me het gevoel geeft dat ik mijn eigenwijsheid moet negeren, zelfs als iemand anders de grootste drogredenaties vertoont, zolang ze dit maar zelfverzekerd genoeg doen. Mijn alarmbellen gaan pas af zodra een zelfingenomen peuter zoals Baudet zich op mijn intellectuele territorium begeeft.

En met mij een groot deel van de bevolking. Nee, voor Baudet hebben de meesten de laatste verkiezingsronde niet weer gestemd, maar er was alsnog zijn blonde voorganger: Geert Wilders – Geert, de hoofdoekjesverbieder – Geert, de koranverbanner – Geert, de blonde Gek.

Haat is het effectiefst als deze gefocust wordt als een vergrootglas waarmee ik als kind vuurtjes opstartte. Dus Geert moet het even doen zonder aandacht, zodat ik het branderige vlekje op Baudet’s kwallenkop kan concrentreren.

Voor een grandioos genoege narcist is negatieve aandacht ook positieve aandacht. Als je Thierry een samenzweringswappie noemt, bevestigt dat enkel zijn vrijheidsstrijder en waarheidszegger-illusies. “Wappie” is immers hoe de “Mainstream Media” probeert om kritische tegengeluiden te smoren.

Dat Baudet een totale wappie is is niet zijn grootste karakterfout. Zijn ergste zonde is wat mij betreft zijn fascisme.

Fascisme is niet het ergste…

Het toen nog wat beter verborgen fascisme was, denk ik, als ik écht eerlijk ben, wat me aantrok in Baudet’s gewauwel uit de tijd van voordat zijn partijtje volledig in samenzweringssferen terecht kwam. Dit was niet omdat ik zelf een fascist was (of ben). De grondhouding van fascisten stuit me tegen de borst. Echter: fascisten hebben meer vitaal elan dan de gevestigde, evenzo moreel failiete, neoliberale “orde”.

D66. PvdA. VVD. CDA. Groenlinks. Deze partijen hebben gezamelijk Nederland in de uitverkoop gedaan. Alles van waarde is verkocht voor een habbekrats aan kapitalistische opportunisten. De neoliberale wereldorde rondom het Groot-Amerikaanse commerciële en militaire emperium heeft Nederland, net als de rest van Europa, opgeslokt en uitgekakt. Wilders zijn “gewone man” ligt te creperen in het verstopte riool van de zogenaamd vrije markt. De wereldeconomie – eigenlijk het slavenleger dat Amerika’s leger in staat van paraatheid moet houden – heeft haar handen om de strot van vrijwel iedere “Westerse” wereldburger.

Dat is die mooie Nederlandse identiteit waar Thierry zich zo graag bij fapt: onderhorigheid aan Uncle Sam – de Nederlandse driekleur gewikkeld in stars en stripes. Fascisme is nostalgie voor het verleden dat er nooit geweest is. Ja, Nederland was ooit zelf een wereldmacht. “Nederland.” Alsof het “de gewone Nederlander” was die die macht had. De gewone Nederlander zwoegde. De gewone Nederlander ploegde. De gewone Nederlander monsterde vaak alleen maar bij de VOC of WIC aan onder het gewicht van hun schuldenlast. Thierry, als behorend tot Neerland’s politieke, intellectuele klasse, zou het in de VOC-tijd zomaar tot kruiperige opperengert in een kolonie hebben kunnen schoppen. En Balkenende knikte instemmend, met zijn schooljongensfascisme.

Dan zal ik wel moeten definiëren wat ik met fascime bedoel, voordat de Thierry fanboys en girls mij (en de andere “wokies”) beschuldigend toewerpen dat alle rechts van Marx fascime is. Nee, niet alles rechts van Marx is fascisme, maar wél bijna alles rechts van behoorlijk ver línks van Marx léídt tot fascime. Maar daarmee gaf ik nog geen definitie. Hier dan:

Fascisme is de infantiele politiek van nostalgie naar een vitaal verleden.

Fascisme is een symptoom – één van de vele – van kapitalisme. Liberalisme, als vorm van symptoombestrijding, leek lang beter dan niks. Maar, nu het kapitalisme zich in haar doodsstrijd bevindt, doordat de grenzen aan de groei ruimschoots overschreden zijn, valt er niks meer te bereiken met symptoombestrijding. Het bewaken van de liberale mijlpalen door de politieke en intellectuele hoofdstroom is daardoor ook een vorm van fascisme geworden, omdat ook progressieven toenemend moeten teruggrijpen naar een visie van de toekomst die volledig tot het verleden behoort.

Ik herhaal:

Moderne progressieven grijpen terug naar een nostalgische toekomstvisie uit een fictief verleden.

In andere woorden:

Progressieve liberalen zijn cryptofascisten.

Ik ben het dus van harte eens met de stroman die er van de wokies is gemaakt: tegenwoordig is alles fascisme, maar dan ook écht!

Wat ik nadrukkelijk níét beweer is dat progressieven érger zijn dan fascisten. Progressieven proberen tenminste nog plijsters te plakken op de stinkende wonden van onze doodzieke cultuur. Fascisten zijn doodscultisten. Hun ontkenning is van een ander niveau. Een progressieveling doet alsof er hoop bestaat die helemaal niet kan bestaan in onze culturele context, omdat de “weg met ons!” mentaliteit niet volop omarmd wordt. Fascisten daarentegen omarmen precies díé etterende wonden van onze cultuur waar progressieven afstand van willen doen. Intussen halen progressieven hun neus op voor de geur van rottend vlees: blood and soil.

De doodsdrift van fascisten staat loodrecht tegenover de doodsangst van progressieve liberalen. De vijanden van fascisten lijken al snel impotent en bloedloos in vergelijking met het jeugdige charisma van narcistische opperfascisten zoals Baudet. Terwijl het bureaucratisch en politieke apparaat steeds meer vastloopt in en bezwijkt onder haar eigen regeltjes, roept de, niet door enige realiteitszin gehinderde narcistische fascist: “We kunnen al die systemen en regels gewoon afschaffen! Dat alles dient toch allemaal alleen maar om de Grote Samenzwering te dienen. De problemen waartegen die regels in het leven zijn geroepen bestaan niet echt. Allemaal fophef!”

Waar het denk ik misgaat is niet de bange impotentie van liberalen, maar de angst, aan beide kanten, voor écht angst.

Het doel van fascisme is de vermijding van het voelen van totale wanhoop.

De gemiddelde burger heeft namelijk geen echte hoop, en hoe zouden ze die ook kunnen hebben, op basis van de kennis die ze hebben? Ecologie en ethologie zijn immers zijn immers geen onderwerpen die iederéén met de paplepel worden ingegoten. En als je niet weet hoe ecosystemen wél kunnen floreren, hoe kun je dan hoop hebben op de toekomst? En als je niet weet hoe dieren wél kunnen floreren, hoe kun je je dan naar een betere toekomst bewegen (als menselijk dier, in een menswaardig ecosysteem)?

Fascisme biedt een soort houterige, marcheerderige, opgewekte schijnvitaliteit om de voor fascisten zo angstaanjagende culturele suïcidaliteit van de “gutmensch” te overstemmen. “Weg met ons!” zegt de “gutmensch”, en de fascist staat doodsangsten uit. Dus koopt de fascist júíst een Dodge Ram en legt júíst wat extra vlees op de BBQ, want “het is allemaal linkse propeganda”.

Zo verkrampt als dat gutmenschen afstand doen van de aggressieve estethiek van het fascisme, zo verkrampt doen fascisten afstand van de “weg met ons!”-mentaliteit, of “oikofobie” zoals Thierry Baudet het probeert weg te redeneren.

Ik zou zeggen: omarm de haat; omarm elkaar, innig genoeg om de zuurstoftoevoer af te sluiten.

Weg met ons!

Er zijn namelijk teveel mensen op de planeet, vooral teveel mensen die teveel ecologische ruimte in beslag nemen. Ik was zelf heel lang één van die mensen, dus ik kan niet al te hard oordelen – niet zonder mezelf retroactief van de planeet te verbannen.

Nee, fascisten hoeven niet dood van mij. Zelfs Baudet niet, of zijn kleine complotmarmot. Wat dood moet is fascisme. Wat kapot moet is onze cultuur – tienduizend jaar cultuurgeschiedenis moet dringend door de plee gespoeld worden.

Onze beschaving moet verdwijnen. Er valt in grote lijnen weinig aan te redden. Iets dat al zoveel duizend jaar bewijst dat het vooral veel kapot maakt, zowel in de menselijke psyche als in ons leefmilieu, verdient hoogstens nog een trap na om onze geest vrij te maken voor … reanimisme.

Fascisme biedt een schijnuitweg uit ons stressvolle, angstige, zombie-achtige, moderne bestaan. De echte uitweg is om onze culturele bagage te composteren voor een vruchtbare bodem voor de ontkieming van het gedachtengoed van onze vroege voorouders. Ooit was iedereen animist en waren we allemaal geanimeerd in een geanimeerde wereld. Helemaal animist worden lijkt me lastig. Ik vermoed dat dat een levenslange les is van telkens weer het opkomend onkruid van mijn “Joods-Christelijke” programmering uittrekken en dat gebruiken als rijke mulch voor de kwetsbare kiempjes van mijn animisme. Kortom: mijn animisme zal altijd wel een soort réanimisme blijven. Wat mij betreft goed genoeg. Zolang ik maar ontsnap uit de schaduw van Thierry Baudet en zelf wél mens en natuur help om onze wilde essentie tot bloei te brengen.